Terug

Koeienschedel

Schedels

Leeftijd: alle groepen.
Binnenles.
Jaargetijde: alle, maar liefst herfst en winter.
Locatie: in de klas.
Duur: 1,5 tot 2 uur.

Lesdoelen
- Leerlingen kunnen diverse onderdelen van een schedel benoemen.
- Leerlingen kunnen aan het gebit zien of de schedel afkomstig is van een vleeseter, een planteneter of een alleseter.
- Leerlingen kunnen schedels onderling vergelijken en verschillen benoemen.
- Leerlingen begrijpen het verband tussen de grootte van een schedel en de rest van het skelet.

Opzet
De kinderen van de onderbouw bekijken de schedels tijdens een kringgesprek.
De kinderen van de middenbouw en bovenbouw krijgen eerst een korte inleiding over wat er aan een schedel te zien is en over de functie van een schedel. De grootte van de schedel wordt vergeleken met de grootte van het lichaam aan de hand van een skelet van een hond. Daarna krijgen ze een korte instructie over het practicum. Op verschillende tafels liggen genummerde schedels klaar van de volgende groepen: vleeseters, knaagdieren, vogels, planteneters, alleseters en een aparte groep skeletten van een zoogdier, een vis, een reptiel, een amfibie en een vogel. Na de inleiding gaan de kinderen de schedels bestuderen en het werkblad invullen (werkblad invullen alleen bij groep 5 en hoger). Na twintig minuten, wisselen ze van tafel. Na afloop is er gelegenheid om vragen te stellen.
In de achtergrondinformatie staan ook afbeeldingen van de dieren waarvan de schedels aanwezig zijn.

Nodig
Het IVN zorgt van te voren voor achtergrondinformatie, tijdens de les voor de schedels en de skeletten.
De school zorgt voor vermenigvuldiging van de werkbladen.

Downloads:
Werkblad schedelpracticum (alleen groep 5 en hoger)




Sitemap